Voor Jan en alleman
Met een groep van 31 mensen bezochten we op 14 maart het Kunstmuseum Den Haag, waar dit jaar een tentoonstelling is ingericht van het werk van keramist Jan van der Vaart (1931-2000), de vader van onze predikant.
We werden eerst onthaald op koffie en gebak in de schitterend lichte sfeer van de tuinzaal van het Kunstmuseum. Het museumgebouw is een schepping van Berlage en vormt een totaalkunstwerk op zich. Deze monumentale omgeving verschaft de expositie een extra dimensie, waarmee recht wordt gedaan aan het werk van Jan van der Vaart.
Jessa vertelde ons in het auditorium het persoonlijke verhaal over haar jeugd in Oostwoud. Toen zij daar werd geboren, in dat bijzondere woonhuis boven de pottenbakkerij van haar vader, was zijn naam als kunstenaar al lang en breed gevestigd. Ze vertelde hoe vertrouwd het atelier van haar vader voor haar was en hoe zij met haar beide jongere broers na de dood van hun vader een compleet atelier erfden, gevuld met ‘half werk’ van deels ongebakken en deels ongeglazuurde keramiek. En hoe het Keramiekmuseum ‘Princessenhof’ in Leeuwarden hun dilemma wist op te lossen door het complete atelier in de collectie op te nemen. Het atelier is online te zien via de website van het Keramiekmuseum.
Conservator Jan de Bruin zou ons als samensteller van de tentoonstelling uitleg geven over de tentoonstelling, maar hij was door familieomstandigheden verhinderd. Hij werd vervangen door journalist en kunstredacteur Arjen Ribbens. Arjen vertelde over zijn bijdrage aan de totstandkoming van het boek ‘Jan van der Vaart, Meesterpottenbakker’ (ISBN NL: 978-90-835621-0-0). Arjen wist ons ook met allerlei details een heldere beschrijving te geven van leven en werk van deze toonaangevende kunstenaar.
Bij het bezoek aan de tentoonstelling kregen we een indruk van de ontwikkeling van het werk van Jan van der Vaart. Voor het merendeel vazen, potten en kandelaars in een sobere, strakke en geometrische vormentaal zonder decoraties, met een fraaie uitdrukking van het glazuur. Tijdloos mooi werk in een volmaakte eenheid van materiaal, vorm en glazuur. Veel van zijn werk schitterde in een door hem ontwikkelde en zorgvuldig geheimgehouden brons glazuur. Hij beschouwde de vorm als het belangrijkste, want decoratie deed maar afbreuk aan de monumentaliteit van zijn werk.
Jan van der Vaart noemde zichzelf nooit keramist maar pottenbakker. Hij was wars van drukdoenerij rond zijn scheppingen. Voor hem hoorde keramiek bij het dagelijks leven: een vaas bestond om er bloemen in te zetten, niet om weg te zetten in een vitrineverzameling. In die zin was hij bescheiden over zichzelf en zijn werk, maar hij kon ook verongelijkt zijn over de onderwaardering van keramiek in de kunstkritiek; dat het geen kunst zou zijn, maar meer een vorm van kunstnijverheid, omdat het zo ’gewoon’ was’. Als belangrijkste naoorlogse keramist van Nederland heeft Jan van der Vaart letterlijk school gemaakt, in de zin dat hij een kwart eeuw lang les heeft gegeven aan de Amsterdamse Rietveld Academie.
Na afloop van het bezoek gebruikten we als groep in de tuinzaal een heerlijke lunch, waarna ieder zijns weegs kon gaan. Ook op deze plaats zijn we als groep veel dank verschuldigd aan Jessa van der Vaart en aan Joost en Hetty Lub voor hun voortreffelijke voorbereiding van dit geslaagde cultuuruitje.
Een deelnemer (KvG)
Wie thuis een indruk wil krijgen van deze tentoonstelling in het Kunstmuseum kan terugkijken naar het tv-programma “Geheimen van het museum” op NPO2. De uitzending van dinsdag 24 februari jl. om 20:25 uur geeft een indruk hoe de tentoonstelling van het werk van Jan van der Vaart werd opgebouwd. Er was een brede oproep uitgegaan om werkstukken uit handen van particulieren bijeen te krijgen voor deze expositie. En dat is wonderwel gelukt: de verzameling was zoals Jan het vast graag had gewild: afkomstig van Jan en alleman.
Jan Ribbens en Jessa van der Vaart
Werk van Jan en alleman en van Jessa


